![]() |
De Nederlandse veestapel kreeg tussen 1998 en 2008 jaarlijks ongeveer 550 ton antibiotica toegediend, zie de diagrammen hieronder. Dit was meer dan in Groot Brittannië (bijna 400 ton) en niet veel minder dan Duitsland (bijna 800 ton) 4). 90% van de veterinaire antibiotica wordt via het drinkwater en de voeding aan alle dieren tegelijk gegeven (koppelmedicatie) 4). Het betreft routinematige toediening zonder werkelijke aanleiding (preventie i.p.v. therapie) en is daardoor medisch niet noodzakelijk. Dit betekent dat in principe 90% reductie mogelijk is. Na 2008 is door de druk vanuit de bevolking en overheid het veterinaire antibioticagebruik aan het verminderden; in 2012 wordt nog 244 ton antibiotica gebruikt. Dat is ruim 50% minder dan in 2007. Deze dalende trend is zowel zichtbaar bij biggetjes (zeugen) en vleeskuikens (met name in 2010 en 2011), als bij vleesvarkens, en vleeskalveren, en in 2012 ook bij melkvee 8). |